Odyssee dell arte

In en verkoop aardewerk

Willem Coenraad Brouwer was vooral kunstenaar. Hij heeft een tekenopleiding genoten en beschikte over lesbevoegdheid. In zijn jonge jaren bewoog hij zich in de Leidse kunstenaarskringen. Hij maakte eigen werk en organiseerde aan het eind van de 19deeeuw tentoonstellingen waar vernieuwende kunstenaars zich mochten presenteren. In deze tijd ontstond ook zijn belangstelling voor keramiek. Een eerste aanstelling bij de firma Weduwe Brantjes draaide uit op een teleurstelling. Bij de firma Goedewagen was Brouwer daarna wel succesvol. Hij leerde het draaiersvak en kreeg ruimte om te experimenteren met vormen en glazuren. Mede dank zij de vele contacten die Brouwer had in artistieke en culturele kring, kwam zijn pottenbakkerscarrière snel van de grond. Hij werkte als een soort zelfstandige binnen de fabriek van Goedewagen, maar dat liep mis toen er veel vraag kwam naar zijn werk. Hij huurde eigen werkruimte maar het doel was om een eigen bedrijf te gaan beginnen. Dit lukte uiteindelijk. Hij vestigde zijn onderneming (Brouwer ’s Aardewerkfabriek) in Villa Vredelust die was gelegen aan de Rijn bij Leiderdorp. Eind 1901 ging het bedrijf van start. Na een moeilijke aanloopperiode, volgde veel succes. Zijn werk werd breed gewaardeerd en Brouwer verkocht veel aardewerk. Zowel fabrieksmatig vervaardigde stukken die in grote oplage werden gemaakt, als meer kunstzinnige producties in kleine oplagen voor de liefhebbers. Dit wordt ook wel het boetseeraardewerk genoemd. Ook de productie van tuinkeramiek (Terra Cotta) had zijn grote belangstelling. De fabriek groeide wat met de nodige problemen en conflicten gepaard ging. Toch is Brouwer altijd degene gebleven die gezeten achter de draaischijf de gevoerde modellen persoonlijk ontwierp. Daarnaast ontwierp hij unica’s. Een van zijn meest prestigieuze opdrachten was ontwerp en uitvoering van de adelaar die het Vredespaleis in den Haag opluistert. Modellenboeken en prijslijsten zijn bewaard gebleven. Rond 1905 konden 200 modellen besteld of gekocht worden. In 1909 circa 300. De nummers lopen op vanaf 1. Na 1913 werden ook andere nummerreeksen uitgebracht, beginnend bij 1000, 2000, 3000 of 4000. Niet alles ging goed met W.C. Brouwer. Hij leidde het bedrijf jarenlang in zijn eentje en gaf anderen weinig ruimte. Dit leidde tot conflicten en uiteindelijk ontslag van belangrijke medewerkers. Zij vestigden zich zelfstandig en bleven werk maken dat paste binnen de traditie van Brouwer ’s Aardewerkfabriek. Later w(MCB)werkte Brouwer alleen nog als esthetisch directeur. Hij had de leiding overgedragen aan zijn zoons. De erkenning door de vakbroeders waaronder velen uit de wereld van de architectuur, is altijd gebleven. Brouwer overleed veel te jong op 55 jarige leeftijd in 1933. Zijn fabriek heeft bestaan tot 1956.

Voor het beschrijven van de ontwikkeling van W.C. Brouwer is geput uit zijn autobiografie. Op de website heeft een zekere Tony een meer dan uitstekende beschrijving gegeven van leven en werk van Brouwer.

Het merkteken van W.C. Brouwer is ontstaan in 1899 uit zijn eigen initialen (WCB) en die van zijn vrouw (MCB). Aanvankelijk stond er een G omheen (Gouda), later de L van Leiderdorp. Na 1905 werd het merkteken opgenomen in een rondstempel waarin te lezen stond “Brouwer’s Aardewerk” en onder het midden “Holland”. (M. Singelenberg; Nederlands Keramiek en Glasmerken 1880-1940). De lettercombinatie is tot het eind in gebruik gebleven.