Odyssee dell arte

In en verkoop aardewerk

 

Het onderstaande artikel is geschreven naar aanleiding van een dubbeltentoonstelling gewijd aan de Faience en Tegelfabriek Westraven in 2004. Deze waren gelijktijdig te zien in het Stedelijk Museum Vianen en het Nederlands Tegelmuseum Otterlo. De auteur van het artikel is Marcel Hermens.  De website is hier

 

 

DE FAÏENCE- EN TEGELFABRIEK WESTRAVEN, 1844-1994

 

In de omgeving van de stad Utrecht zijn al vele eeuwen bedrijven te vinden die bakstenen, dakpannen en, soms, gedecoreerde wandtegels maken. In 1844 vragen de gebroeders Huibert en Hendrik Ravesteyn vergunning voor het maken van witte muurtegeltjes en er wordt in hun dakpan- en vloertegelfabriek ‘de Nijverheid’ een schilderslokaal gevestigd. Het is het begin van een honderdvijftig jaar durende productie van tegels, potterie en bouwkeramiek die vervaardigd en ontworpen worden door hardwerkende vakmensen en kunstenaars. Een fabriek ook met een hechte bedrijfscultuur, waar mensen vaak lang in dienst zijn.

Het nieuwe bedrijf werkt volgens de traditionele methode, waarbij de tegels gevormd worden uit plastische (= kneedbare) klei en de decoratie met de hand in een witte laag tinglazuur geschilderd wordt. Dit is opmerkelijk omdat in andere landen, vooral in Engeland en Duitsland, met nieuwe industriële technieken veel efficiënter sterkere tegels gemaakt worden. De hele Nederlandse keramische nijverheid is in de negentiende eeuw in vergelijking hiermee achterop geraakt. Juist in Engeland ontstaat echter een beweging van kunstenaars die de ondergang van het ambachtelijke handwerk door machines betreuren. De bloei van het bedrijf begint als rond 1860 William Morris, de belangrijkste vertegenwoordiger van deze ‘Arts & Craftsbeweging’, in Engeland geen geschikte handmatig vervaardigde tegels meer kan vinden en de gebroeders Ravesteyn in staat blijken te zijn om de kwaliteit en de grote aantallen te leveren die hij zoekt. Dit contact is het begin van een intensieve export naar Engeland.

Rond 1900 werken er ongeveer tachtig mensen bij Ravesteyn. Er ontstaan in deze jaren echter tal van nieuwe ‘plateelbakkerijen’, bedrijven die met nieuwe technieken modern sieraardewerk en tegels produceren. Wellicht om deze nieuwe concurrenten bij te kunnen houden trekt Hubert Ravesteyn in 1895 Frederik des Tombe als geldschieter aan, die het bedrijf in 1906 helemaal overneemt. Willem van Oostveen komt in dienst en brengt de techniek van het onderglazuurschilderen mee. Een moeilijke periode maakt de fabriek door wanneer in 1904 het fabrieksgebouw afbrandt. Ook ontstaan financiële moeilijkheden door toedoen van één van de administratieve medewerkers. Onder de naam 'Potterij Rembrandt Utrecht’ wordt in 1906 in de fabriek een atelier geopend voor modern kunstaardewerk. Dit is evenmin een succes en de pottenbakker die speciaal hiervoor is aangetrokken, Pieter Köhler, vertrekt na twee jaar met zijn atelier naar Nijmegen.

In 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, komt het bedrijf opnieuw in zwaar weer terecht, want door grondstofgebrek en wegvallende export naar Engeland ligt de productie stil. De fabriek wordt geliquideerd, maar bedrijfsleider Jan van Luyn gaat met een klein aantal medewerkers door onder de naam N.V. Faïence- en Tegelfabriek Westraven, v/h gebroeders Ravesteyn. In 1920 verhuist de fabriek naar de Helling 112 in Utrecht. Er worden bij Westraven zowel bouwkeramische producten gemaakt als Oudhollands beschilderde tegels. De chef van de afdeling Oud-Holland is Arie Kortenhoff, die daarnaast een uitgebreide serie van tegels met spreuken ontwerpt.


Afb. 1: Ary Kortenhoff, spreuktegel

Dirk Zwanink is als chef bouwceramiek verantwoordelijk voor de productie van tegels in lijnreliëf. Deze worden gemaakt sinds Westraven in 1922 over een frictiepers beschikt waarmee tegels onder grote druk uit droge klei geperst worden. Deze tegels doen het goed als op zichzelf staande versiering of als aandenken en zijn daarom vaak ter herinnering aan speciale gebeurtenissen gemaakt. 
Afb. 2: foto Dirk Zwanink bij de vervaardiging van bouwkeramiek

Als in 1931 directeur R. de Brauw aantreedt is ook de potterie-afdeling inmiddels volwassen geworden. In het assortiment heeft men traditioneel gebruiksaardewerk dat goed verkoopt. Als rond 1936 de pottenbakker Leendert Blok in dienst treedt wordt de potterie uitgebreid en kort daarna ontwerpt Cris Agterberg enige series aardewerken vazen en schalen voor de fabriek.

.
Afb. 3: Hermanus Walstra, cloisonné-tegel uit de religieuze serie

Voor de lijnreliëf- of cloisonnétegels wordt ook contact gezocht met ontwerpers van buiten Westraven. Kunstenaars als Hermanus Walstra, Toon Ninaber van Eyben, Charles Eyck en Henry Schifferstein leveren ontwerpen voor een ‘Religieuze serie’.


Afb. 4: Cris Agterberg, potterie

Tijdens de oorlogsjaren wordt er op bescheiden schaal doorgewerkt en na 1945 gaat men weer volop van start. De reliëfafdeling wordt met de komst van de jonge graficus Koos van der Sluys flink uitgebreid. Hij komt met nieuwe ontwerpen en krijgt in 1950, na het overlijden van Zwanink, de leiding over de reliëftegelproductie die vanaf dat moment flink uitgebreid wordt. Hij voert vele opdrachten uit voor tableaus en losse tegels, die in grote hoeveelheden geproduceerd en verkocht worden.


Afb. 5: Koos van de Sluijs, cloisonnétegel uit de moderne serie

De pottenbakker Leendert Blok zorgt voor vernieuwing bij het aardewerk en komt met het karakteristieke chanoir aardewerk.


Afb. 6: Leendert Blok, chanoir potterie

In 1959 wordt Carl de Jong directeur. Naast verkoper is hij ook liefhebber van kunst en kiest, omdat de markt steeds minder belangstelling toont voor het vrij traditionele assortiment van Westraven, voor vernieuwing. De keramist Henk Verberkmoes wordt aangetrokken en kort daarna ook beeldend kunstenaar Hans de Jong. Hij werkt in een aparte ruimte van de fabriek aan plastieken en wanddecoraties voor toepassingen in gevels en in huizen. Als Hans de Jong voor korte periode naar Amerika vertrekt vraagt hij Helly Oestreicher zijn plaats in te nemen. Op het atelier volgen kunstenaars elkaar op: In 1966 komt Heiltje Vollmüller in dienst als ontwerper van tegels en wandkeramiek, vrij snel gevolgd door Luigi Amati en Willem Lenssinck. Tot de producten in deze jaren hoorde onder meer een serie hoogreliëfs met ambachten, geïnspireerd op de bekende ambachtsprenten van Jan Luyken maar allengs door Amati op karikaturaal wijze voortgezet.

 
Afb. 7: Beroepstegel, Willem Lenssinck 

De kosten zijn echter hoog en de opbrengsten onvoldoende. In 1963 worden de aandelen van het bedrijf overgenomen door De Porceleyne Fles in Delft. Halverwege de jaren zestig komt er een einde aan de lijnreliëf- en potterieproductie en begint men op een afgeschermd gedeelte van de zolder te experimenteren met gescreende tegels (decoratie met zeefdruk). Hoewel eerder nog werkneemsters van De Porceleyne Fles naar Utrecht kwamen om daar de techniek van het faïenceschilderen te leren, verliest het ambachtelijk schilderen het van de transfertechniek. In 1986 verhuist Westraven naar Groenekan. Er werken nog 29 mensen en het hoofdproduct zijn tegels met een Oudhollands decor. Uiteindelijk sluit de fabriek in Utrecht om in 1994 als dochter fysiek opgenomen te worden in de Porceleijne fles in Delft, waar alleen nog transfertegels onder de merknaam Westraven gemaakt worden.

 

DE PUBLICATIE

Het boek De Faïence- en tegelfabriek Westraven (v.h. Gebr. Ravesteyn) 1844-1994 gaat uitvoerig in op:

  • het ontstaan van de fabriek
  • de belangrijkste betrokkenen
  • de ontwikkeling van de diverse producten van het bedrijf
  • de deelname aan tentoonstellingen en beurzen
  • de reclame-uitingen
  • het financiële beleid
  • het soort aardewerk
  • de belangrijkste ontwerpers en schilders van Westraven.

Daarnaast bevat het boek een omvangrijke merken -en modellenbijlage.

DE AUTEUR

De auteur, Marcel Hermens, is leraar in het Speciaal Onderwijs en kenner van het Nederlandse aardewerk, in het bijzonder van de tegelproductie. Hij heeft onderzoek gedaan voor het Nederlands Tegelmuseum en heeft diverse artikelen op zijn naam staan.