Odyssee dell arte

In en verkoop aardewerk

Het merk ADCO is ontstaan na 1920. In 1919 had de Groninger Steenfabriek NV een kleine pottenbakkerij overgenomen van de gemeente Groningen. Dit bedrijfje kwam onder de hoede van de Steenfabriek tot grote bloei en kreeg later een eigen naam: ADCO. De eigenaar vernoemde het merk naar de roepnamen van zijn dochters Ada en Coco. De reden van de overname lag in de sterke stijging van de grondstofprijzen. De steenfabriek zocht naar mogelijkheden om de meerwaarde van de productie te vergroten,want stenen brachten te weinig geld in het laadje. Deze meerwaarde werd gevonden in de vervaardiging van luxe aardewerk. De eerste series vazen en potten werden gedraaid. Iets later in de jaren 20 werd overgeschakeld op giet- en persmethoden. Er werden al snel moderne producten gemaakt als vazen, cachepotten, bloempotten, kannen, borden en ander materiaal. Qua design verbond de fabriek zich met de stroming van de art deco. Zeer populair in die dagen. De collectie kreeg een (voor die tijd) luxueus karakter. Tegelijk werden de kosten laag gehouden. De keramisten waren veelal uit het buitenland afkomstig, de productie was vergaand gemechaniseerd en er was sprake van veel eenkleurige producten. ADCO slaagde erin zijn keramiek in grote aantallen af te zetten (op het hoogtepunt 64.000 eenheden per jaar). In de jaren 50 werden nieuwe modellen ontwikkeld en maakte het bedrijf een bloeiperiode door. Eind jaren 60 raakte het aardewerk uit de gratie. De zaken gingen minder en er volgde een overname door de Porceleyne Fles (Delft). In 1976 ging ADCO failliet en werd de productie beeindigd .In 2003-2004 is in het Groninger Museum te Groningen een expositie gewijd aan het werk van ADCO. Meer informatie over ADCO is te vinden in “Nederlandse Keramiek vanaf de Jugendstil tot 2000” van W.D.H. Spijker. Dit boek staat in vrijwel elke openbare bibliotheek.